Potjestraining: Hoe...

Zindelijk worden en zelf op het potje gaan is een grote stap voor je kindje. Dit proces verloopt niet altijd vanzelf en kan wat tijd en geduld vragen. Gelukkig zijn er enkele handige tips en methodes die de overgang soepeler kunnen maken.

Wanneer beginnen met zindelijkheidstraining?

Elk kindje ontwikkelt zich op zijn of haar eigen tempo. Sommige kinderen zijn rond 22 maanden zindelijk, terwijl anderen er wat langer over doen. Dit is volkomen normaal. Het is belangrijk om de signalen van je kind goed te observeren en geen druk uit te oefenen.

In sommige landen starten ouders eerder met potjestraining, bijvoorbeeld omdat schoolgaande kinderen vanaf een bepaalde leeftijd zonder luier moeten kunnen spelen en slapen. Een vakantieperiode is vaak een ideaal moment om te beginnen, omdat er meer tijd en ruimte is om te oefenen.

Hoe merk je dat je kind er klaar voor is?

Er zijn een aantal signalen die aangeven dat je kindje klaar is om te starten met zindelijkheidstraining:

  • Je kind laat merken dat het moet plassen of stoelgang maken.

  • De luier blijft droog na een dutje.

  • Je kind voelt zich ongemakkelijk bij een volle luier.

  • Je kind blijft even op het potje zitten zonder problemen.

  • Er is interesse in het potje en/of het toilet.

Geeft je kind een of meerdere van deze signalen? Dan is het een goed moment om te starten.

Wat heb je nodig voor de potjestraining?

  • Tijd: Neem de tijd en forceer niets. Een vakantie of een rustig weekend is ideaal.

  • Voldoende drinken: Voldoende vochtinname helpt bij het ontwikkelen van een goed blaasgevoel.

  • Een comfortabel potje of toiletverkleiner: Zorg ervoor dat je kind goed en stabiel zit.

  • Makkelijke kleding: Kleding die je kind zelf snel aan en uit kan trekken, maakt het proces makkelijker.

  • Routine: Laat je kind op vaste momenten naar het potje gaan.

  • Geduld en positiviteit: Complimentjes en een ontspannen sfeer helpen enorm.

Stappenplan voor een succesvolle potjestraining

1. Laat je kind wennen aan het potje

Zet je kind op het potje en maak het een gezellig moment. Lees samen een boekje of zing een liedje. De beste momenten om je kind op het potje te zetten, zijn na een dutje of na een eetmoment. In het begin hoeft er nog niets te gebeuren, het gaat erom dat je kind went aan het potje.

2. Succeservaringen vieren

Wanneer het lukt om in het potje te plassen, geef je kind een complimentje. Als het niet lukt, blijf dan geduldig en rustig. Ongelukjes horen erbij.

3. Maak er een gewoonte van

Probeer je kind op gestructureerde momenten op het potje te laten gaan, bijvoorbeeld na een dutje of maaltijd. Kinderen leren vaak door imitatie, dus laat ze gerust meekijken als jij naar het toilet gaat.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Na een tijdje zal je kind zelf aangeven wanneer het naar het potje wil. Dit is een belangrijke stap richting volledige zindelijkheid.

5. Slapen zonder luier

Overdag zindelijk worden gebeurt meestal sneller dan 's nachts. Zorg ervoor dat je kind vlak voor het slapengaan nog even naar het toilet gaat. Vaak komt de nachtzindelijkheid vanzelf.

Ongelukjes? Geen probleem!

Ongelukjes zijn normaal en horen bij het leerproces. Reageer hierop zonder boos te worden. Troost je kind en moedig aan om de volgende keer op tijd naar het potje te gaan.

Extra tips van experts

  • Maak het leuk: Laat je kind zelf een potje kiezen en gebruik boekjes of liedjes om de ervaring positief te maken.

  • Kies de juiste momenten: Merk je dat je kind onrustig beweegt of net wakker wordt met een droge luier? Dit zijn ideale momenten om het potje aan te bieden.

  • Blijf positief: Kleine overwinningen verdienen een compliment. Overdrijf niet, maar moedig op een natuurlijke manier aan.

  • Vermijd druk: Als je merkt dat je kind weerstand biedt, probeer het dan later opnieuw.

  • Gebruik een beloningssysteem: Een simpele kalender met stickers kan helpen om de vooruitgang visueel te maken.

Tips & tricks voor neurodivergente kinderen

  • Creëer een voorspelbare routine: Neurodivergente kinderen gedijen vaak bij structuur. Gebruik een visuele planning of een timer om aan te geven wanneer het tijd is om naar het potje te gaan.

  • Gebruik sensorische hulpmiddelen: Sommige kinderen hebben moeite met de sensorische aspecten van potjestraining. Een zacht kussen op het potje of een voetsteun kan het comfort verhogen.

  • Bied alternatieven voor communicatie: Als je kind moeite heeft met verbale communicatie, werk dan met gebaren, pictogrammen of een communicatietool om aan te geven dat het naar het potje moet.

  • Minimaliseer afleiding: Zorg voor een rustige omgeving zonder te veel prikkels, zodat je kind zich beter kan focussen op de taak.

  • Accepteer een andere timing: Sommige neurodivergente kinderen doen er langer over om zindelijk te worden, wat volkomen normaal is. Blijf geduldig en moedig kleine successen aan.

Zindelijkheidstraining is een proces dat tijd en geduld vraagt. Met de juiste aanpak en een positieve instelling zal je kind uiteindelijk helemaal zelf naar het potje gaan.