Het kind door de ogen van de Montessori-opvoeder
Soms is het best een uitdaging om het gedrag van jonge kinderen te begrijpen en ermee om te gaan. De Montessori-aanpak, die is gebaseerd op observaties van kinderlijk gedrag, helpt ons inzien wat belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen tussen 1 en 3 jaar. Met die kennis kunnen we hen beter ondersteunen in hun groei.
De fase van "ik wil het zelf doen!"
Rond de 18 maanden tot 3 jaar gaan kinderen door een fase die vaak de “zelfbevestigingscrisis” wordt genoemd. Dit is de periode waarin ze ontdekken dat ze een eigen persoon zijn en steeds meer zelf willen doen. Ze beginnen vaker "nee" te zeggen, kunnen driftbuien krijgen, dagen hun ouders uit en gebruiken steeds vaker het woordje “ik.”
Deze zoektocht naar onafhankelijkheid is niet altijd makkelijk – niet voor het kind en niet voor de ouder. De ene dag weigeren ze alles, de volgende dag willen ze alles zelf doen, en op weer een andere dag willen ze je geen seconde loslaten. Dat is normaal! Net zoals een dier niet graag in een kooi zit, houden kinderen er niet van om stil te zitten. Ze willen bewegen, ontdekken en zichzelf uitdagen. Zodra ze kunnen staan, beginnen ze te klimmen; zodra ze kunnen lopen, willen ze rennen. Ze slepen graag met grote voorwerpen of proberen zware dingen te tillen. Dit wordt "maximale inspanning" genoemd: de drang om hun fysieke grenzen te verkennen en hun motoriek te ontwikkelen.
De wereld ontdekken, op hun manier
Volgens Montessori is het belangrijk om kinderen de ruimte te geven om de wereld op hun eigen manier te ontdekken. Dat betekent niet alleen veilige speelplekken creëren, maar hen ook betrekken bij het dagelijks leven. Laat ze helpen in de keuken, laat ze voelen, proeven en ruiken. Gun ze de vrijheid om buiten te spelen, vies te worden, in plassen te springen of met hun handen in de aarde te graven.
Tegelijkertijd hebben jonge kinderen niet alleen vrijheid nodig, maar ook duidelijke grenzen. Vrijheid stimuleert nieuwsgierigheid en zelfvertrouwen, terwijl grenzen hen helpen zich veilig te voelen en respect te ontwikkelen voor anderen. Een goede balans tussen beide zorgt ervoor dat je als ouder niet te streng bent, maar ook niet te toegeeflijk.
Structuur en duidelijkheid
Kinderen houden van herhaling en voorspelbaarheid. Een vaste routine en duidelijke regels helpen hen grip te krijgen op de wereld. Maar als regels niet consequent worden gehandhaafd, zullen ze deze testen. Wanneer ze merken dat een driftbui soms wél werkt en soms niet, zullen ze het blijven proberen. Dit heet "intermitterende bekrachtiging" en kan onbedoeld driftbuien in stand houden. Consequent zijn helpt hen te begrijpen waar de grenzen liggen.
Natuurlijk lukt het niet altijd om elke dag precies hetzelfde te doen. Maar door vooruit te denken en te anticiperen op momenten waarop ze extra steun nodig hebben, kun je driftbuien beter opvangen. In plaats van deze te zien als opzettelijk lastig gedrag, helpt het om te beseffen dat ze vaak voortkomen uit frustratie of ongemak. Door rustig te blijven en hen te begeleiden in het vinden van een oplossing, leren ze stap voor stap omgaan met hun emoties.
Geduld en communicatie
Het is belangrijk om te onthouden dat jonge kinderen impulsief zijn. Dat komt doordat hun hersenen, en met name de prefrontale cortex (het deel dat verantwoordelijk is voor zelfbeheersing en probleemoplossing), nog volop in ontwikkeling zijn – en dat zal nog jaren duren! Daarom is geduld zo belangrijk. In plaats van een verzoek steeds te herhalen, helpt het om ze even de tijd te geven om het te verwerken en te reageren.
Ook communicatie speelt een grote rol. Kinderen uiten zich op allerlei manieren: door geluidjes, brabbelen of praten. Hoe meer we met hen in gesprek gaan en interesse tonen in hun pogingen om te communiceren, hoe beter ze taal en emoties leren begrijpen.
Meedoen en verantwoordelijkheid leren
Kinderen houden ervan om vaardigheden onder de knie te krijgen. Ze kiezen instinctief taken die nét uitdagend genoeg zijn en oefenen die eindeloos totdat ze ze beheersen. Dit geldt ook voor hun rol binnen het gezin. Ze vinden het fijn om bij te dragen en mee te helpen. Als we accepteren dat het werk misschien niet perfect wordt uitgevoerd, kunnen we hen op een speelse manier leren wat verantwoordelijkheid betekent.
Door kinderen te betrekken bij dagelijkse taken, hoe klein ook, geven we hen het gevoel dat ze erbij horen. Dit legt een belangrijke basis voor later: een gevoel van zelfstandigheid én de overtuiging dat iedereen binnen een gezin een steentje bijdraagt.